maandag 10 september 2012

Nederland moet verstandig investeren in de open source desktop

Jaarlijks miljoenen te besparen met open source office-software
 
In het vorige artikel schreef ik over de overheidsinstanties uit Duitsland en Zwitserland die investeren in open source software. In een gezamenlijk project verbeteren ze de interoperabiliteit van LibreOffice en OpenOffice met de nieuwste bestandsformaten van Microsoft Office. Deze instanties steken bijna letterlijk de handen uit de mouwen op het belangrijke gebied van open source software.
Wat kan ik op dat gebied melden van de opstelling van de Nederlandse overheden? De inzet van open source software in Nederlandse gemeenten geschiedt op diverse manieren. Aan de achterkant gebeurt het in de vorm van servers en management systemen voor websites en op de desktop zie je Firefox en Zarafa, dat duidelijk aan populariteit wint als Exchange/Outlook-vervanger.
 
Het gebruik van open source office-software is nog niet wijd verbreid en het groeit langzaam. Precies daar wil ik verder naar kijken. Vanwege mijn eigen professie in Nou&Off en mijn betrokkenheid The Document Foundation, het huis van LibreOffice. En omdat het vorige artikel precies daarover gaat: open source office-software, waar grote winst te behalen is met vrijheid, controle en besparingen. Dat wordt nog eens onderstreept door de situatie in München, waar de grootschalige overstap naar een open source desktop een meer robuust systeem heeft opgeleverd en voor miljoenen besparingen zorgt.
 
In Nederland worden OpenOffice en LibreOffice al jaren gebruikt in vooral enkele kleinere gemeenten. Er zijn in totaal meer dan 400 gemeenten in Nederland. Met bij elkaar ruwweg 112.000 ambtenaren (7 per 1000). Kost het gebruiken van Microsoft Office € 100 per gebruiker per jaar voor de licentie, dan is dat per jaar 11.200.000 aan licenties. Zeg maar 10 miljoen per jaar.
 
Hier is dus een fors besparingspotentëel. Nu zou het onzin zijn om te beweren dat die volle 10 miljoen kan worden bespaard, al is het alleen maar omdat grotere organisaties een supportcontract af zullen sluiten voor bijvoorbeeld LibreOffice, waarvoor een deel van de besparingen op licenties kan worden gebruikt. En een overstap kost natuurlijk ook moeite. Gelukkig is het wel zo dat tegenwoordig zo'n beetje al de grote gemeentelijke applicaties goed overweg kunnen met OpenOffice en LibreOffice. Dankzij de inspanningen van de leveranciers (en partijen die er een beetje tegenaan hebben geduwd...) zijn de meeste problemen, die in het verleden nog wel eens een struikelblok vormden, achter de rug. Er zullen nog wel kleine toepassingsgebieden zijn, waar een overstap nog onevenredig veel moeite of geld kost, bijvoorbeeld omdat een bepaalde applicatie nog niet is aangepast. Dus niet alle betaalde licenties kunnen direct weg gedaan worden.
 
Maar de grote meerderheid van de gebruikers kunnen fijn en effectief werken met Open- of LibreOffice. Dat tonen de gemeenten aan die het al doen en het gaan doen. Ook in andere landen ziet je een groeiend aantal overheidsinstanties dat overstapt op LibreOffice. Wat recente aankondigingen:
Franse overheidsinstanties, City of Largo, het Spaanse Las Palmas, de Italiaanse regio Umbria, de Portugese stad Vieira do Minho, het Deense ministerie van transport, het Ierse Limerick, de gemeente Pillea-Hartiatis in Griekenland.
 
Het is volgens mij tijd dat er in Nederland een grootschalige beweging komt. We hebben hier een aantal jaren de overheidsprogramma's OSOSS en NOiV gekend, die uitstekende voorlichting hebben gegeven, maar helaas niet waren gericht op het concreet zetten van stappen. En dat moet natuurlijk wel: open source gaat over doen. Sterker nog, over meedoen.
Om een grootschaliger beweging te versnellen zou een project met een groep van bijvoorbeeld een aantal gemeenten veel goed kunnen doen. Gemeenten waarbij de overstap naar een nieuwe office-software aanstaande is, die er in de planning voldoende ruimte voor kunnen maken. Een project met de specifieke opdracht, om de punten waar de migratie nog lastig is, te vereenvoudigen. En daar mag best op geïnvesteerd worden.
 
U weet nog uit het vorige artikel, dat daar gesproken werd over een investering van 140.000 Euro. Met een potentiële besparing van miljoenen per jaar voor de Nederlandse gemeenten, zijn dergelijke bedragen dus een peuleschil. Niet voor een enkele individuele gemeente uiteraard. Misschien moet daarom de landelijke overheid maar instappen om de financiering te regelen. Zo kunnen gewenste bijdragen aan bijvoorbeeld LibreOffice gezamenlijkheid in gang worden gezet, zoals we hebben gezien in het voorbeeld van de Duitse en Zwitserse overheden. Een gebundeld project maakt dat mogelijk. Maar er zijn nog andere voordelen. Bijvoorbeeld dat derden-leveranciers een duidelijk aanspreekpunt hebben, dat ook een duidelijker vuist kan maken. En dat de partners direct informatie en inspiratie kunnen delen en weten dat ze niet geïsoleerd zijn.
 
Er valt veel te winnen in vrijheid, digitale duurzaamheid en termen van geld. Vergeet niet dat voor een wat kleinere gemeente een jaarlijkse besparing van zeg 15.000 tot 20.000 euro zeer relevant is. Met dergelijke bedragen kunnen bijvoorbeeld meerdere verenigingen en instellingen een stukje ondersteuning ontvangen. Enfin, u kent wellicht genoeg voorbeelden in de eigen omgeving.
Samengevat: als we met gebundelde krachten ook in Nederland een snellere overstap op open source office-software realiseren, kan sneller een fors deel van de jaarlijkse 10 miljoen kosten aan licenties voor Ms Office worden bespaard en meer eigen inbreng en zeggenschap worden gerealiseerd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen